Leiden met liefde en lef

Het gebeurt niet vaak dat een Netflixserie me bezighoudt, dat ik erin opga, dat ik erover droom. Deze keer wel. Gecombineerd met een boek van Arnold Mindell dat ik las, opende New Amsterdam enkele deuren naar inzichten die ik al langer met me meedraag. Een visie die ook verweven zit in de opleiding deep democracy voor leiders die we in de wereld zetten. En een missie voor mezelf in mijn eigen leiderschap.

Max inspireert… zullen we maar zeggen.

Een leider met een missie

Wie is Max? Een jonge medisch directeur van een openbaar ziekenhuis in New York. Vanaf dag 1 zie je hem zeer radicale beslissingen nemen. Zijn motto: ‘Hoe kan ik helpen?’ Hij demonstreert hoe een leider met een visie heel horizontaal werkt en toch ook zijn eigen verantwoordelijkheid neemt. Durft knopen doorhakken, risico’s neemt, oplossingen zoekt out of the box.

Het ziekenhuis is heel kritisch voor het verzekeringsbeleid in de VS en de uitwassen van de farma-industrie en zet de patiënt écht centraal. Zonder de eigen leefbaarheid te vergeten. Zo stelt Max vast dat een patiënt die dakloos is het ziekenhuis 1,4 mio dollar/jaar kost aan onderzoeken en opnames die vermeden zouden kunnen worden als… de man een dak boven zijn hoofd zou hebben. Waarop het ziekenhuis een appartement voor de man huurt.

Dit is natuurlijk niet de kerntaak van een ziekenhuis maar zo vermijd je wel overdruk in je ziekenhuis, onnodige kosten en je haalt iemand van de straat. Idealiter zetten andere instanties zich daarvoor in, maar nood breekt wet.

Een ander voorbeeld daarvan is wanneer een jongen van 10 die een transplantatie heeft gehad, binnengebracht wordt met afstotingsverschijnselen en ouders met veel schaamte vertellen dat ze hem maar om de dag de nodige medicatie geven omdat die medicatie te duur is voor hen om te betalen. Om de medicatie aan een lager tarief te krijgen zou de moeder beter een alleenstaande moeder zijn dan getrouwd, wat nu het geval is. Beide ouders en ook het zoontje zelf, zijn erg gelovig en kunnen zich er niet mee verzoenen te scheiden want dan zouden ze in de hel terechtkomen. Max gaat zover een afgezant van de paus erbij te halen om zijn zegen te geven over de scheiding en er zo voor te zorgen dat de jongen en zijn ouders de medicatie kunnen betalen.

Op zich intrieste verhalen van een falend systeem. Maar Max en zijn équipe – want hij steekt ze allemaal aan – halen het onderste uit de kan om te doen wat nodig is om mensen de zorg te verzekeren die ze verdienen. Ze schoppen tegen een unfair systeem.

Transformatie is door het conflict gaan

Zo’n transformatie brengt chaos met zich mee, spanning en conflict. Dat moet je durven aangaan. Het team schuwt het conflict tussen elkaar niet. In de serie zie je mooie voorbeelden van Let’s talks. En je ziet ook dat je mening herzien hoort bij handelen in een onzeker landschap.

De raad ven bestuur van het ziekenhuis onderneemt op een bepaald moment actie om achterstallige facturen te innen. Max beseft dat mensen hierdoor failliet zullen gaan of op straat zullen komen te staan. En hij pakt het heel anders aan. Hij nodigt de mensen uit en vraagt hen wat hun talent of vaardigheid is en hoe ze die zouden kunnen inzetten in het ziekenhuis. De achterstallige factuur wordt omgezet in een dienst aan het ziekenhuis. Geld krijgt een andere invulling.

Een ander voorbeeld in dit verband is dat bepaalde mensen in het ziekenhuis eigenlijk een nutteloze baan hebben, ze hebben niets om handen, of wat ze doen is niet (meer) zinvol. In plaats van hen te ontslaan, gaat de leiding samen met het personeel op zoek naar wel een zinvolle invulling. Zo belandt een parkeerwachter – wiens functie allang vervangen was door een slagboom – aan de receptie van een decentrale hulppost van het ziekenhuis in een achterstandsbuurt. Win-win.

Inclusie vraagt out of the box denken

Het ziekenhuis en zijn staf en de patiëntenpopulatie getuigen ook van de superdiversiteit van New York. Ook hier worden pittige gesprekken over waarden en normen, regels en rituelen niet uit de weg gegaan maar aangegaan. De vanzelfsprekendheid waarmee dat gebeurt, is verfrissend.

En ook wanneer Max heel naïef een actie onderneemt om preventie van hartfalen bij Afro-Amerikaanse mannen op te sporen en hij flink op zijn nummer wordt gezet op vlak van zijn witte privileges, durft hij ongewone acties op het touw zetten omdat wat hij wilde doen gewoon juist voelt.

Professionele nabijheid

Het leiderschap dat we hier zien, en dat niet alleen Max toont, maar ieder personeelslid op zijn/haar beurt, is een voorbeeld van leiden met liefde en lef. De mensen die hier samenwerken zien elkaar graag, dat voel je, ze zien hun patiënten graag, kennen ze bij naam, maken tijd voor hun families. En ze hebben het lef te zeggen wat er moet gezegd worden. Want ze weten dat wat ze doen juist is. Dit is wat ik eerder noemde professionele nabijheid. Het is wat zorg echt betekent. To care for betekent zorgen voor en ook liefhebben.

In onze training voor leiders formuleerde ik de definitie van een leider als volgt:

"Een leider is een hoeder die helder een visie en intentie kan vormgeven, daarbij de context en de mensen begrijpend, en wendbaar luisterend naar elke stem."

Hoe kan jij die leider zijn?

Terwijl ik het boek van Arnold Mindell lees “The Leader’s 2nd Training” kom ik een mooie passage tegen waarin hij spreekt over leiderschap vandaag en betoogt dat iedereen een leider is. Dat we niet moeten wachten tot wereldleiders het gaan oplossen of al onze wensen en grieven op hen moeten projecteren maar dat we elk moeten doen wat onze missie is op deze wereld.

En hoe weet je nu wat die missie is? Wel, Arnold Mindell, oorspronkelijk opgeleid als Jungiaans psycholoog, gaat hiervoor te rade bij onze vroegste kinderdroom. En als je je geen droom kan herinneren, bij onze vroegste herinnering als kind. Hierin liggen de zaadjes van wat later je missie in de wereld kan worden.

In zijn boek betoogt hij dat er 1st leadershiptraining skills zijn zoals kennis van groepsdynamica en rollen in een team, kunnen delegeren en aansturen, allerlei modellen die inzicht geven. In 2nd leadership training leren we echter een levenskunst waarin we durven te werken met onze droombeelden, met onze verbeelding, met ons lijf ook. De beweging toont ons immers soms wat we niet zeggen of nog niet onder woorden kunnen brengen. Overtuigend legt hij een link tussen inzichten uit de recente quantumfysica, psychologie, eeuwenoude inheemse en religieuze wijsheden en lichaamswerk. De basis is dat wij allemaal golven van energie zijn, die soms verdichten tot de mensen die we zijn, de zaken waarmee we ons identificeren, de materiële wereld om ons heen. We zijn de ideeën en overtuigingen die we verwoorden. Maar evengoed zijn we onze dromen bij nacht en bij dag, kunnen we leven volgens onze intuïtie, hebben we verbeeldingskracht waarmee we de ander kunnen begrijpen.

Deze inzichten die hij vervat in een Big TOE - Big Theory of Everything, daarmee Hawkins eer aandoend - zet hij om in concrete oefeningen die we kunnen doen om onszelf beter te leren kennen en zo de wereld meer van dienst te kunnen zijn.

“My basic point is that our biggest global problem is that we leave global change to fate or to world leaders. We think they should be doing better. Instead, each of us, each in our own way can make world change happen.”

Het boek en de serie brachten me dichter naar mijn eigen missie en mijn kinderdroom. Daar spelen drie figuren/energieën een rol in:

  • het luisteren en erkennen van minderheidsstemmen;
  • je intuïtie durven volgen;
  • en zeggen/doen wat gezegd/gedaan moet worden.

Vandaar komen dus die woorden die telkens weer opduiken als ik schrijf over ons deep democracywerk, als ik onze missie als HUMMUS verwoord, als ik kijk naar wat ik doe en wie ik ben: voluit werken en leven met liefde en lef!

Zeker nu is het een houvast om wat dichter naar die kern van ons bestaan gebracht te worden.

Voor mij hielpen een serie, een boek en heel wat gemijmer en gemediteer. Wat helpt jou om dichter bij je kern te komen? Om jezelf voluit in die wereld van ver-ander-ing te zetten? Met liefde en lef? Of met jouw eigen kwaliteiten.

>> Lees ons gratis e-boek ‘Iedereen leider’


Oefening Ontdek je basisleiderschapspatroon (gebaseerd op een oefening in het boek The Leader’s 2nd training)

  1. Denk aan een groep, nationaal of internationaal probleem dat je stoort. Laat zien met woorden en bewegingen wat je precies stoort. Maak een korte notitie van die beweging.
  2. Denk nu terug aan een kinderdroom of vroege herinnering als kind. Welke figuren speelden een rol in die droom/herinnering? Welke energie dragen die figuren in zich? Laat zien met woorden en bewegingen hoe die energie voor jou voelt. Maak een notitie.
  3. Ga nu rechtop staan en laat jezelf nu even wegdromen. Kijk welke bewegingen spontaan opkomen. Welke bewegingen herhalen zich. Maak deze bewegingen groter. Herken je sommige van die bewegingen in wat je meerde uit de kinderdroom-energieën?
  4. Breng deze bewegingen nu bij het probleem dat jou zo stoort. Als iemand je kan helpen bij deze oefening, laat hem/haar/hen dan het probleem verbeelden. Jij brengt jouw energie in. Kijk wat er gebeurt en wanneer je een soort ontspanning in de situatie voelt. Een cool spot noemen we dat. Stop daar. (Als je alleen werkt, kan je even terug gaan naar je notities bij stap 1 en 2 en deze bewegingen met elkaar laten interageren)
  5. Geef feedback aan elkaar over wat precies werkte. Het kan iets heel kleins zijn dat een grote impact had op de situatie.
  6. Noteer nu voor jezelf wat jouw unieke bijdrage is aan deze verandering: dit is je basisleiderschapspatroon. Dit is wat jij de wereld te brengen hebt. 

 

Fanny Matheusen