Als iedereen belletjes doet rinkelen, hoeft niemand de klok te luiden

Vandaag was weer zo’n dag waarop ik vergat of ik voor TIM / Inspinazie of voor HUMMUS een training aan het geven was. Dat gebeurt wel vaker wanneer ik me op het raakvlak van improvisatietraining en Deep Democracy bevind: net onder de waterlijn. Dat is de plek waar je armen en benen geeft aan wat gehoord en gezien wil worden, maar nog onderdrukt wordt door koudwatervrees, door strak hiërarchische machtsstructuren, of eenvoudigweg uit routine.

Authentiek spreken is een hard skill

Wanneer we in communicatietrainingen aan de slag gaan met authenticiteit, spontaniteit, emoties en kwetsbaarheid, verwoorden mensen keer op keer hoe het tegelijk zo logisch lijkt om dit meer in te zetten, en evengoed zo onmogelijk blijkt op vele werkvloeren. Die dubbelheid zat in de mooie uitspraak die iemand maakte in verband met het delen van (hevige) emoties in werksituaties: “Het lijkt gruwelijk. Je denkt dat je echt in je blootje gaat staan als je het doet. Maar dan doe je het en ineens voel je je opgelucht, en krachtiger.”
Ik denk niet dat je de kracht van kwetsbaarheid scherper kan verwoorden. Leren open communiceren wordt vaak onder de noemer soft skills geplaatst, maar dat is iets waar ik me steevast tegen verzet. Daarvoor vraagt het teveel lef en is het te cruciaal.

Tonen hoe je geïmpacteerd wordt door uitspraken, situaties of lastig/toxisch herhaaldelijk gedrag is bijzonder effectief en efficiënt, niet alleen voor jezelf:

  • Je voorkomt dat je tientallen keren opnieuw dezelfde schijndialogen voert.
  • Je werkt actief aan het vertrouwen in werkrelaties en dat komt de werking ten goede.
  • Je verliest geen tonnen energie meer aan filmpjes in je hoofd afspelen over wat je had wíllen zeggen.
  • Je raakt verlost van het onbehaaglijke gevoel van niet trouw te zijn aan jezelf.
  • Je helpt anderen om uit vastgeroeste patronen en posities te treden, wat vaak een erg dynamische impuls geeft.
  • Je vermindert je werkstress.

Integriteit

Veel organisaties dragen een waarde als integriteit hoog in het vaandel, het maakt vaak deel uit van hun visie. Toch merken we dagelijks op allerhande werkvloeren hoe er wordt gezwegen, onder de mat geveegd, toegedekt en geminimaliseerd. Eerst is dat om de sfeer niet te verpesten, om een ander niet nog meer werkdruk te bezorgen, of omdat het niet hoort (ondanks de postercampagnes over de continue feedbackcultuur). Maar hoe langer je het niet doet, hoe moeilijker het wordt om het toch te doen.

Door niet te zeggen wat gezegd moet worden schaad je ook niet alleen jezelf. Als mensen systematisch zwijgen raakt dat diep ingesleten in de cultuur, en zet dat de poort extra open voor gesjoemel of regelrechte fraude of machtsmisbruik. Dat kan jaren doorgaan en extreem veel schade aanrichten, zoals we vandaag in verschillende mediadossiers kunnen volgen. Er is dan een dappere klokkenluider nodig om het vuil naar buiten te brengen.
Wat als organisaties zichzelf corrigerende systemen waren op ethisch en deontologisch vlak? Wat als mensen de reflex hadden om van zodra iets scheef voelt, het aan te kaarten? Wat als iedereen wat sneller bellen deed rinkelen?

Jong geleerd

In die trainingen hebben we het ook vaak over waaraan het ligt dat velen het zo lastig vinden om te spreken. Doorgaans ligt de bron daarvan al veel verder in iemands geschiedenis, nog lang voor de eerste werkervaring.
Ook in opvoeding en onderwijs valt er dus een les te rapen. Als kinderen “vervelende” uitspraken doen, kan je het eventueel hebben over hoe of wanneer ze het zeggen, maar verwijt hen nooit DAT ze het zeggen… En haal er dan de echtheid en de helderheid niet te hard uit (ofte, de bijhorende emoties).

Nathalie Van Renterghem, 5 oktober 2021